Per opgave maximaal 2 punten. Het tentamencijfer is de som van deze punten. Het toetscijfer is gelijk aan 2/3 maal de som van de hoogste 5 cijfers voor de toetsen. Het eindcijfer is gelijk aan het maximum van het tentamencijfer en van (0,25 toetscijfer + 0,75 tentamencijfer), afgerond naar een veelvoud van 0,5. Als het maximum tussen 5 en 6 ligt, wordt afgerond naar 5 of 6. Als het tentamencijfer lager is dan 5, wordt het maximum afgerond naar ten hoogste 5.